Vatenmaken 23 november 2018

Twee mensenlevens wachten voor je kan beginnen

Bijna alle uitvindingen die de mens heeft gedaan, waren al lang daarvoor uitgevonden door de natuur zelf. Het huis was de grot, de boot was de boomstam en het wiel was de zon die door de hemel rolt. De natuurlijke bewaarmogelijkheid voor vloeistof was de maag van een geit; leeggemaakt, gedroogd en dichtgenaaid. Niks meer aan doen, zou je zeggen. Niettemin waren er perfectionisten die vloeistof op een andere manier wilden bewaren: in een armvol houten planken. Een gedachte waarvoor je toch wel volledig van de ratten besnuffeld moet zijn. Of Fransman.

Welnu, beide opties zijn juist. Het wijnvat werd 2000 jaar geleden uitgevonden door de Galliërs. Het waren de Romeinen die de Galliërs leerden hoe ze wijn moesten maken, maar de Galliërs leerden de Romeinen waterdichte vaten timmeren. Maar vaten maken, dat is onmenselijk moeilijk. Niemand kan dat! Dus die paar Galliërs die er in slaagden zo’n verzameling plankjes een beetje coherent aan elkaar te klooien, stonden in hoog aanzien. Om de exclusiviteit te waarborgen, trokken ze zich terug in een genootschap met een zwijgplicht waarbij je moest zweren dat je je timmergeheimen mee het graf in zou nemen.

In de Middeleeuwen steeg de ster der vatenmakers zo hoog, dat ze hun intrek mochten nemen in het koninklijk paleis. Op die manier kon de vorst surveilleren dat zijn tonneliers zich volledig zouden wijden aan het naadloos timmeren van de vaten voor zijn kostbare wijnen. Karel de Grote ging nog een stapje verder en benoemde zijn tonneliers tevens tot wijnschenker. Zo kon hij, wanneer de wijn hem niet aanstond, zijn tonnelier/schenker de schuld geven en hem zonodig onthoofden.


Tegenwoordig begint een wijnvat zijn carrière in de bossen van Frankrijk, in de Allier bijvoorbeeld.
Daar staan de eikenbomen die het beste hout leveren. Ze worden dicht op elkaar geplant, zodat ze rechtstandig tot in de hemel groeien. Zo krijg je mooie rechte duigen.

Maar dit soort bosbouw vergt wel wat geduld: twee mensenlevens wachten; dan pas is de eik klaar om geveld te worden. Genietend, maar respectvol, snuift de wijnboer de geur op van een tweehonderd jaar oude woudreuzin.


Hierna volgt enig robuust hak-, breek- en sloopwerk, waarin de boom in stukken gezaagd, in meuken gehakt en in duigen wordt gekloofd.

Daarna mag de boom, in plankjes gezaagd, buiten liggen en wennen aan het idee dat zij straks 225 liter heerlijke wijn mag omhelzen. Twee jaar lang zuiveren zon, wind en regen het hout van de bittere tannines en versterken zo haar aroma’s die zij straks zal delen met de wijn.


Na acht seizoenen mogen de plankjes naar binnen, waar ze tot duigen worden geschuurd.
Een nauwgezet klusje, want is de vorm niet loepzuiver, dan gaat het wijnvat lekken.

Meester-tonnelier Vincent Darnajou, vierde generatie vatenmaker, laat met speels gemak zien hoe je een wijnton klaarlegt.
’24 plankjes, dan heb je een barrique,’ lacht hij.


In de kuiperij worden worden de losse duigen vastgezet met drie ijzeren banden, maar alleen aan de bovenkant, want…

… nu volgt het cruciale moment: het roosteren van de binnenzijde. Hierdoor geven de eikenhoutaroma’s straks nog meer complexiteit aan de wijn.
Vincent blakert zijn barriques in drie graden van heftigheid: Light, Medium en (om de term ‘Heavy’ te vermijden) Medium plus. Met vuurvaste hand surveilleert toastmaster Jean-Claude of de boel niet in de fik vliegt.
Barrel, Vincents ‘Chien de vin’, vindt het een tikje te heet worden en gaat een metertje verderop liggen.

De open barrique wordt over de vlammen geplaatst waarna de duigen aan de onderkant met een staalkabel worden strak getrokken.

Genietend steekt de wijnboer zijn zwaar verzekerde neus in het vat: ‘Hmmm…. De geur van vers geroosterd eikenhout!’ zucht hij verzaligd, ‘ik krijg meteen trek in wijn!’ Hij wappert een vleug toastgeur naar boven en dan wordt het ook Vincent te machtig, waarna twee volwassen mannen minutenlang kreunend van genot met hun neus in een wijnton hangen.


De geroosterde barriques kunnen nu naar de kuiperij. Hier worden de bovenste banden om de tonnen geslagen. Een precies werkje waarbij niets fout mag gaan. Wijnhond Barrel houdt de tonneliers dan ook nauwlettend in de smiezen.

In Vincents atelier wordt een barrique niet door tien verschillende mensen geassembleerd. Nee, elke tonnelier maakt zijn eigen vat en is er persoonlijk verantwoordelijk voor. Hier de fûts van Dré Chabrol, Vincent Jaune en Nicolas Ricard.


Zonder onderscheid in lichaamsgewicht, haarkleur of schoenmaat, waakt Barrel even secuur over alle tonneliers.

Maar hij houdt een extra oogje op nieuwkomer Nicolas, wiens handen nog niet helemaal gewend zijn aan het weinig toeschietelijke tonneliersgereedschap.


Maar dan doet Nicolas iedereen de bek openvallen: met trefzekere slagen weet hij, in de Olympische recordtijd van drie minuut zes achtste seconde, de drie banden klemvast om zijn barrique te hameren.
Applaus klatert door het atelier. Wijnhond Barrel laat een tevreden blafje horen.


Als alle zes de banden om de barrique zitten, kan het deksel erop. Klaar, zou je denken.


Niet dus: eerst moeten er nog twee stootranden aangefabriekt worden. Wilgentwijgen moeten gespleten, bijgesneden en met rotan rond de barrique bevestigd.

Eindelijk tijd voor een social mediamomentje.

 

Waarom rijpt wijn eigenlijk op een eikenhouten vat?

Tijdens de vatrijping dringt er zuurstof door de wanden van het vat. Hierdoor gaat de wijn langzaam oxyderen. Dit proces verzacht de smaak terwijl de suikers en tannines van het hout mooi stabiel versmelten met de wijn. Ondertussen verdampen er alcohol en water door het hout. Zo krijgt de wijn haar karakteristieke smaak. Het bezinksel van pitjes en afgebroken tannines slaat neer op de bodem en kan op een natuurlijke manier worden verwijderd.


Hoelang dan?

Sommige wijnen twee jaar, maar wij willen niet dat de eikenhoutsmaak de fruitaroma’s van de druiven gaat overheersen. Afgezien van dat de wijn naar meubelbeits gaat smaken, loop je door dat teveel aan tannines het risico dat je de volgende dag wakker wordt met een eikenhouten kop. We zoeken de perfecte balans tussen het fruit van de druiven en de aroma’s van het eikenhout. Afhankelijk van de kracht van het oogstjaar lageren we onze wijn tussen acht en twaalf maanden op barriques van maître-tonnelier Vincent.

 

Vanaf de uitvinding van de wijnton door de Galliërs, is Frankrijk de grootse vatenmaker ter wereld gebleven. De Franse tonnentimmeraars produceren meer dan een half miljoen vaten (Fûts, in het Frans) per jaar. Dat is veel meer dan de Franse wijnboeren nodig hebben, dus wordt driekwart van de productie geëxporteerd naar de USA, Australië, Italië en Spanje.

 

Cliquez ici loop mee in het atelier du tonnelier

Meer hotnews

Blijf au courant!

Op de hoogte blijven van het laatste hotnews over Chateau La Tulipe?
Neem een gratis abo op de Slurp! nieuwsbrief.

Gratis abo